De oudste rapportering van het gebruik van waterbedden, dateert van meer dan 3000 jaar geleden. In die tijd sliepen de Perzen op in de zon opgewarmde waterzakken van geitenleer. De eerste verdere ontwikkeling gebeurde in 1851, toen de Britse arts Dr. William Hooper de voordelen van het drukloze waterbedoppervlak erkende en ze inzette bij de behandeling van bepaalde medische problemen.

Hij ontwierp en patenteerde een eenvoudige watermatras uit rubber. Laat in de jaren zestig verfijnde de Amerikaan Charles Hall dit concept en schiep door het gebruik van moderne materialen en productietechnieken de PVC watermatras zoals we ze nu kennen.
Charles Hall, Dr. Cooper en al hun voorgangers gebruikten allen water, de meest natuurlijke stof, als ondersteuning voor ons lichaam. Het water werkt als een anti-zwaartekracht apparaat. In die toestand van verminderde druk en schijnbare gewichtloosheid kan ons lichaam zich dieper ontspannen. Zo kunnen we door een diepere slaap de verjongende werking van onze nachtrust versterken. Dat is in een notendop waar het bij zwevend slapen op een waterbed om gaat.